Hoe werkt geur?

Geur neemt in het menselijk functioneren een belangrijke plek in. Het fenomeen geur wordt door de mens namelijk meer gebruikt dan we denken. Zo is bij smaak voor 90 % de geur die de “smaak” bepaalt. De tong kan namelijk alleen zout, zuur, bitter en zoet proeven. Daarnaast spelen ook “onbewuste geuren”, zoals feromonen, in ons leven een rol. Bij aantrekkingskracht tussen mensen speelt geur een belangrijke rol. Dit gebeurt echter onbewust, deze geur wordt namelijk niet geroken.

 Elk mens heeft een eigen geur, deze is vergelijkbaar met een vingerafdruk. Volgens de meest recente theorieën is de typische geur van ieder mens op ingenieuze wijze gekoppeld aan zijn of haar unieke genen. Het werkt als volgt. De genen van het immuunsysteem zijn bepalend voor de samenstelling van de bacteriën op de menselijke huid. Deze bacteriën breken namelijk de door de talgklieren geproduceerde talg af tot vetzuren. Hierdoor ontstaat een voor ieder persoon unieke samenstelling vetzuren, die zijn geuridentiteit bepaalt.

Geuren kunnen bij de mens, meer nog dan beelden of geluid, herinneringen aan vroeger naar boven halen. Dit komt doordat ons reukorgaan in direct contact staat met ons limbisch systeem waar ons geheugen en onze emoties zich bevinden. Geuren worden daarom ook vaak in verband gebracht met stemming. Ga voor je zelf maar eens na: als je de hele dag in de stank staat, wordt je daar niet echt vrolijk van; als je daarentegen in een bos komt dan voel je je vaak rustig en kalm. Op de pakjes van wierook staat dan ook vaak: “actieve geur” of “geur voor ontspanning”.

Dieren maken in tegenstelling tot ons nog veel meer gebruik van geuren. Zij kunnen dit gebruiken om bijvoorbeeld hun territorium af te bakenen of om de andere sekse te lokken door een sein te geven dat ze klaar zijn om te paren. In de geurenindustrie probeert men wel de ultieme lokgeur uit te vinden die ook voor mensen zou kunnen werken, maar deze is nog niet gevonden. Het visuele en geluidsaspect gaan bij ons nog steeds voor bij de keuze van een partner. In tegenstelling tot wat mensen vaak denken, werken urine- en zweetgeuren, mits deze nauwelijks tot niet voor ons te detecteren zijn, bijzonder positief op de aantrekkingskracht tot een ander. In deze afscheidingen van de mens zitten feromonen welke seksueel een positieve uitwerking hebben… of juist niet. In verscheidene parfums worden dan ook dat soort geuren toegevoegd. Het MHC (Major Histocompatibility Complex) heeft een duidelijke werking op de geur die een vrouw prettig vindt aan mannen. Mannen met een andere MHC dan de vrouw ruiken voor haar vaak het aantrekkelijkst. Dit heeft waarschijnlijk met voortplanting te maken, waardoor de kinderen een zo divers mogelijk immuunsysteem krijgen (onderzocht door Claus Wedekind).

Nare geur

Geur kan ook erg hinderlijk zijn. Zo ruikt het putje van een verstopte douche niet erg prettig. Denk bijvoorbeeld ook aan boerderijen met veel varkens of ander vee. Deze lucht kan eventueel “gewassen” worden door middel van een adsorbant die de bestanddelen, verantwoordelijk voor de stankoverlast, eruit haalt. 

Geurhinder wordt gedefinieerd als: “het cumulatieve resultaat van een herhaalde verstoring door geur die zich laat kenmerken door een gewijzigd gedrag”. Dit gewijzigde gedrag kan zich manifesteren door klagen, boos worden op de veroorzaker, zich afsluiten, etc. Kernwoorden als ‘cumulatief’ en ‘herhaald’ impliceren dat met geurhinder niet constant optredende hinder wordt bedoeld, maar wel de hinder die het gevolg is van een herhaalde blootstelling aan geurstoffen. Daarbij zijn de piekconcentraties meestal bepalend voor de mate waarin mensen hinder ervaren.

Geurhinder kan tot zowel lichamelijke als geestelijke aantasting van het welzijn leiden (gezondheidseffecten en negatieve beleving). Vooral in de zorg speelt het bestrijden van nare geurtjes een belangrijke rol. Deze problematiek kan met moderne middelen nu echter effectief bestreden worden.

Wat is geur?

Een moeilijke vraag; wat geur nu precies is. De ene stof ruikt sterker dan de andere: bij sommige stoffen hoeven er maar een paar moleculen in de kamer te zijn en je ruikt deze al, terwijl bij een andere stof je helemaal niets zou merken. Willen we een stof kunnen ruiken dan moet deze in ieder geval vluchtig zijn en oplosbaar in water en vet. De gevoeligheid voor een geurstof kan dus per stof verschillen. Zo neemt men de stof chlooranisool al waar wanneer er twee van deze moleculen zijn vermengd met honderd biljoen moleculen lucht.

De (geur)gevoeligheid voor een stof wordt wel uitgedrukt in een drempelwaarde. De drempelwaarde is dan die concentratie van een geurstof waarbij de geur door de helft van de mensen wordt waargenomen. Enkele voorbeelden:

Chloroform, 130 moleculen op een miljoen luchtmoleculen Chloorfenol, 3 moleculen per honderdmiljard luchtmoleculen Mercaptanen (geurindicator van aardgas), 1 molecuul per miljard luchtmoleculen Mensen kunnen echter tot een factor honderdduizend(!) verschillen in hun gevoeligheid tot een bepaalde stof. Commercie In commercieel verband wordt er nog maar relatief weinig met geuren gedaan, zeker niet in de Benelux. Wel zie je natuurlijk steeds meer broodovens in supermarkten. Het vers gebakken brood heeft een positieve uitwerking op het koopgedrag van mensen, je krijgt bij wijze van spreken meteen trek. Maar ook bij kantoren blaast in toenemende mate de airconditioning ‘s morgens een stimulerend geurtje het gebouw binnen om de mensen actief (dus aan het werk) te krijgen. Ook spelen producers met ideeën om in de toekomst bij films geuren te verspreiden. Het doel is uiteraard meer beleving te creëren. Speelt de film zich bijvoorbeeld af in een bos dan ruik je via een speciaal apparaat ook daadwerkelijk die typische boslucht. Deze ontwikkelingen zitten nu echter nog in een primitieve fase.